Bevel

onzijdig (het)/bə'vɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak; verbaal geuit gebod
    Dat is een bevel, soldaat!!
    De dwingende stem liet het verzoek als een bevel klinken.
  2. gezag om een groep mensen te leiden; commando; commandement
    De koning is de eerste in bevel van het leger.

Etymologie

*Afgeleid van bevelen

Vertalingen

Engelsorder
Fransordre
DuitsBefehl
Spaansorden
Poolsrozkaz