oregano
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) een vaste plant uit de lipbloemenfamilie ()
- (kruid) bladen van , vers of gedroogd, gebruikt als keukenkruid
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘tuinkruid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968
Vertalingen
Engelsoregano, oregano
Fransorigan, origan
DuitsOregano, Oregano
Spaansorégano, orégano
Italiaansorigano, origano
Portugeesorégãos
Russischорегано
Japansオレガノ
Poolsoregano
Zweedsoregano, oregano
Deensvild merian, oregano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek