organist

mannelijk (de)/orɣa'nɪst/

Wat is de betekenis van organist?

organist betekent: (muziek), (beroep) musicus die zich toelegt op het bespelen van het orgel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, beroep (muziek), (beroep) musicus die zich toelegt op het bespelen van het orgel
  2. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit het geslacht of van de familie (vinkachtigen)

Voorbeelden van "organist" in een zin

  • De organist van onze kerk vergastte ons op een prachtige prelude van Bach.

Etymologie

* Afgeleid van het Engelse organ (orgel)

Vertalingen

Engelsorgan player
Fransorganiste, joueur d'orgue
DuitsKantor, Organist, Orgelspieler