orgelist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bespeler van een orgel
    Het gezin van ”orgelist” Jan Zwart (1877-1937) telde dertien kinderen: zeven dochters en zes zonen. Dirk, geboren op 24 september 1917, was de zevende op rij. Van de zes zonen was hij de derde: boven hem zaten Stoffel en Jan, onder hem kwamen Piet, Jaap en Willem Hendrik. Reformatorisch Dagblad 25-07-2017 [https://www.rd.nl/muziek/honderdste-geboortedag-organist-dirk-jansz-zwart-1.1418369 Honderdste geboortedag organist Dirk Jansz. Zwart]

Etymologie

* afleiding van orgel