oriëntalistiek

vrouwelijk (de)/ˌoriˌjɛntaˈlɪstik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de academische studie van de oosterse talen en beschavingen
    Deze oplage van 1000 exemplaren werd in 1958 gedrukt door Mouton & Co, een in slavistiek en oriëntalistiek gespecialiseerde Haagse uitgeverij.
    Wat belangrijk is om de kracht én de zwakte van het boek te waarderen, is dat je de term oriëntalisme goed opvat, doceert De Jong. „Said is daar bewust niet eenduidig over. Aan de ene kant slaat oriëntalisme bij hem op de wetenschappelijke discipline, die in het Nederlands oriëntalistiek heet: etnografen, linguïsten, historici die het Oosten bestuderen.

Etymologie

* afleiding van oriëntaals

Vertalingen

Engelsoriental studies