ossentong

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɔsətɔŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tong van een rund en het gerecht daarvan bereid
    We hebben gisteren ossentong gegeten.
  2. bloemplanten (bloemplanten) een geslacht van planten uit de ruwbladigenfamilie () dat een veertigtal soorten telt. Vertegenwoordigers van dit geslacht komen voor in de Oude Wereld