ossentong
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɔsətɔŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tong van een rund en het gerecht daarvan bereidWe hebben gisteren ossentong gegeten.
- (bloemplanten) een geslacht van planten uit de ruwbladigenfamilie () dat een veertigtal soorten telt. Vertegenwoordigers van dit geslacht komen voor in de Oude Wereld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek