Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
osso
/ˈɔso/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straattaal) gebouw waar je woont„Kom naar me osso, gaan we een jonko bouwen,” was een alsmaar terugkomende zin die ik opving.
Etymologie
*van "oso" "huis"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek