ossobuco

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) van oorsprong Italiaans gerecht, waarbij kalfsschenkel wordt gesmoord in witte wijn met tomaat en ui

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘kalfsschenkel met mergpijp’ voor het eerst aangetroffen in 1968