otoliet
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een structuur in het binnenoor van gewervelden en een rolspelen in het waarnemen van geluid, versnelling en zwaartekracht
Etymologie
* van het Griekse ous (2e nv. ōtos) [oor]
Vertalingen
Engelsotolith
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek