otoliet

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een structuur in het binnenoor van gewervelden en een rolspelen in het waarnemen van geluid, versnelling en zwaartekracht

Etymologie

* van het Griekse ous (2e nv. ōtos) [oor]

Vertalingen

Engelsotolith