oud-coach

mannelijk (de)/ˈɑutkotʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die vroeger trainer was; voormalig coach
    De oud-coach van Willem II en toekomstige trainer van Jong Orange was ook meegereisd naar Zuid-Amerika om alvast kennis te maken met spelers en leden van de technische staf. De Telegraaf 30 mei 2018 [https://www.telegraaf.nl/sport/2099334/jong-oranje-met-oefenzege-op-vakantie Jong Oranje met oefenzege op vakantie]
    "Diogo is extreem getalenteerd en heeft alles in zich een hele grote speler te worden. Zowel op fysiek, tactisch als technisch gebied", aldus José Mourinho, trainer van Manchester United en oud-coach van FC Porto. De Telegraaf 6 juni 2018 [https://www.telegraaf.nl/sport/2134988/manchester-united-strikt-portugees-talent Manchester United strikt Portugees talent]