Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

oud-engelandvaarder

mannelijk (de)/Ι‘utΛˆΙ›Ε‹Ι™lΙ‘ntˌfardΙ™r/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanduiding voor iemand die in de Tweede Wereldoorlog de Duitse bezetting ontvluchtte door naar Engeland te gaan
    Hoe heette dat plaatsje in Portugal nu ook alweer, waar hij en zijn jeugdvriend Bob Tusenius terechtkwamen na een levensgevaarlijke trektocht door bezet Europa en vanwaaruit ze de oversteek waagden naar Engeland? Het was het enige adres dat Hemmes altijd heeft onthouden en dat hij zo kon opdreunen. Hij peinst. En peinst. Maar hoe hard de oud-Engelandvaarder het ook probeert; zijn geheugen laat hem in de steek.

Etymologie

* De aanduiding is lang na de Tweede Wereldoorlog ontstaan, vandaar het voorvoegsel 'oud'