ouderdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dag die iemand speciaal aan zijn of haar taken als ouder besteedt
    De tendens om samen te zorgen leeft wel degelijk,' zegt Montanus. In toenemende mate zijn het de vaders en moeders die samen opvoeden. Ouderdagen, financiële zaken, helpen bij het huiswerk en de kinderen van en naar school brengen wordt steeds meer door beide ouders gedaan. NRC 21 oktober 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/10/21/nieuwe-vader-bestaat-niet-7419539-a49932 `Nieuwe vader bestaat niet']
  2. dag die speciaal in het teken van ouders staat
    Oppers voelt zich een pionier: ,,Ik ben niet verbaasd als ik weer eens een obstakel tegenkom. Bij het IMF ouderverlof als adopterende man krijgen was al een heel gedoe. Ook plaatsing op een Franse school was moeilijk, wat de overheid betrof. De schooldirectrice was juist heel meewerkend. Ze zei: `God, dat dat zomaar kan. Misschien moeten we van moederdag voortaan ouderdag maken.' NRC Wilfred Takken 5 januari 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/01/05/twee-mannen-en-een-baby-7571898-a600228 Twee mannen en een baby]
  3. dag dat ouders iets kunnen bezoeken waar hun kinderen werken, studeren of anderszins aan deelnemen
    Bedrijven gaan zich gezinsvriendelijk (meubelzaken met kinderopvang, vakantieparken, universiteiten organiseren ouderdagen) opstellen, omdat steeds meer activiteiten en beslissingen in onderling overleg worden genomen dan louter individueel. NRC Drs. J. Renaud 4 oktober 2001 [https://www.nrc.nl/nieuws/2001/10/04/gezin-is-niet-dood-3-7559651-a617294 Gezin is niet dood 3]