oudjaarsdag

mannelijk (de)/ˌɑutjarzˈdɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jaarwisseling (jaarwisseling) 31 december, de laatste dag van het jaar
    Het lijkt in eerste instantie verdacht stil in Holten en haar buitengebied op de ochtend van oudjaarsdag. Normaal is het knalgeweld oorverdovend van het carbidgeschut. Ook ander zwaar vuurwerk blijft uit. Maar tijdens een ritje rond de Beuseberg en langs Espelo blijkt er toch wel iets gaande.
    Internetondernemer Ben Woldring merkte op oudjaarsdag op dat de evenementebranche ‘vrijwel zonder werk zit’. Ook constateerde hij dat Nederland moeite lijkt te hebben met het organiseren en uitrollen van de vaccins voor het coronavirus. Daarin zag Woldring direct een oplossing.