oudoom
mannelijk (de)/'ʌʊtom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) oom van een ouder, broer van een grootouderEen oudoom van mij is frater in Kenia.
Vertalingen
Engelsgreat-uncle
Fransgrand-oncle
DuitsGroßonkel
Spaanstío abuelo
Italiaansprozio
Portugeestio-avô
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek