overgankelijk
/ˌovərˈɣɑŋkələk/
Wat is de betekenis van overgankelijk?
overgankelijk betekent: van een werkwoord een lijdend voorwerp bezittend waarop de werking van het werkwoord overgedragen wordt
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- van een werkwoord een lijdend voorwerp bezittend waarop de werking van het werkwoord overgedragen wordt
- van een werkwoord een lijdend voorwerp bezittend dat in de lijdende vorm overgaat in een onderwerp
- door te geven, verder werkend, over te dragen
- van voorbijgaande aard, een tussenstadium vormend
Voorbeelden van "overgankelijk" in een zin
- Het bedrijvende werkwoord drukt eenig bedrijf uit, welk van het werkende wezen tot een ander overgaat, alwaarom dit werkwoord meermalen overgankelijk (transitive) genoemd wordt.
- Als Aruba wordt bestempeld als een "newly independent state" volgens internationaal recht, dan zijn die buitenlandse verdragen niet automatisch overgankelijk.
- Ziehier opnieuw een zeer belangrijke qualiteit van het spel: het erin behaalde succes is in hooge mate overgankelijk van den enkele op de groep.
- Het is een overgangsmoment en al mijn werk is overgankelijk, nomadisch
- Bedenkelijk is het bijvoorbeeld wanneer het ‘overgankelijk’ karakter van een figuur moet dienen om het belang daarvan te relativeren.
Etymologie
leenvertaling van Latijn transitivus: afgeleid van overgang met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Vertalingen
Duitstransitiv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek