overheid
vrouwelijk (de)/ˈoverˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) het geheel aan gezagvoerende lichamenDe Belgische overheid investeerde miljarden euro's in die bank.‘Ik heb begrip voor de maatregelen van de overheid. Misschien hadden die wat eerder genomen moeten worden, we hebben het in Nederland misschien aanvankelijk een beetje onderschat.
- een gezagvoerend lichaam als werkgever of bedrijfAls reactie op deze epidemie wordt er door steeds meer bedrijven en overheden beleid gemaakt om mensen na een aantal jaar trouwe dienst verplicht op verlof te sturen.
Etymologie
*afgeleid van over (eigenlijk bijvoeglijk overig)
Vertalingen
Engelsgovernment, authority
Fransautorité, autorité publique
DuitsBehörden, Obrigkeit, Regierung
Spaansautoridades, gobierno
Italiaansautorità
Portugeesautoridade
ZweedsObrigkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek