overlegging
vrouwelijk (de)/ˈovərˌlɛɣɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onderdeel van een administratief proces waarbij een bepaald document wordt overhandigd of getoondHuwelijk tussen personen die lijden aan geslachtsziekte, zwakzinnigheid, epilepsie of "genetische gebreken" (zie sterilisatiewet 1933) kunnen {{sic!
zelfstandig naamwoord
- afweging van verschillende feiten en meningen gericht op latere handelingen of standpuntenLange perceptieve continua komen voor bij een redelijke overlegging, mening of wens. De spreker toont hiermee zekerheid, kalmte en beheersing.
Etymologie
**[B] overléggen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek