overleven

/ˌovərˈlevə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen
    Vandaag keek hij vanzelfsprekend niet meer zo tegen de dingen aan. Hij wist dat de oorlog niets anders was dan een reusachtige loterij met levensechte kogels, waarin vier jaar overleven aan het wonderbaarlijke grensde. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    De Britse wetenschapper en ’s werelds slimste man Stephen Hawking waarschuwt dat de mensheid binnen de honderd jaar de planeet moet verlaten om te kunnen overleven. [http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170506_02869111 www.nieuwsblad.be]
    Deze storm zou ik moeten overleven boven op Mount Whitney, 4.421 meter hoog.
  2. ov (ov) een hogere leeftijd bereiken dan, langer leven dan
    Willem overleefde zijn vader.
    De vader overleeft zijn kind.
  3. intr (intr) blijven functioneren
    Of Ingenuity het tot die tijd overleeft, is nog de vraag. De helikopter gaat al veel langer mee dan oorspronkelijk de bedoeling was. NASA ging ervan uit dat de helikopter vijf vluchten zou maken. Inmiddels heeft het apparaat 28 vluchten afgerond en 6,8 kilometer afgelegd.
    De met kernwapens uitgeruste Tupolev 16 van de Sovjet-Unie zou een spitsroedeloop met achthonderd jachtvliegtuigen niet overleven wanneer ze Zweden probeerden aan te vallen.

Vertalingen

Engelssurvive, outlive
Franssurvivre
Duitsüberleben
Spaanssobrevivir
Poolsprzeżyć