overlijden

/ˌovərˈlɛidə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) ophouden met leven, meestal gezegd van mensen (oorspronkelijk als eufemisme)
    De tweede werd geboren in de zesde eeuw. Eigenlijk was hij een zeer eenvoudige monnik, die later abt werd van het klooster in Myra. Een bijzonder vrome man, die door zijn gebed de mensen kon genezen. Hij overleed op 10 december van het jaar 564.
    Terwijl het faillissement naderde, werd het Amsterdamse ziekenhuis MC Slotervaart deze zomer opgeschrikt door een calamiteit met een haperende pieper. De reanimatieapparatuur arriveerde pas na 12 minuten bij een patiënt in nood, die overleed. Er loopt nog een onderzoek. Tubantia Malika Sevil en Bas Soetenhorst 21-12-18 [https://www.tubantia.nl/binnenland/patient-mc-slotervaart-overleden-na-haperen-van-pieper~a9d81cd4/ Patiënt MC Slotervaart overleden na haperen van pieper]
  2. verouderd (verouderd) van de ene naar de andere toestand overgaan

Etymologie

* Van Mnl. overliden, een . Er is geen rechtstreeks verband met het moderne Nederlandse werkwoord lijden, hoewel de etymologische herkomst wel hetzelfde is.

Vertalingen

Engelsdie
Fransdécéder, mourir
Duitssterben
Spaansfallecer, morir, fenecer