overnemen
/ˈovərˌnemə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) uit die van een ander in eigen handen verkrijgenNa een verrassende verkiezingsoverwinning nam de oppositie de regering van het land over van de zittende regering.In 1989 nam Henriroux de zaak over. 'We zijn trots op onze geschiedenis, maar proberen altijd vooruit te denken', zegt hij. Henriroux opende een hotel en een tweede restaurant waar je goed kunt eten tegen redelijke prijzen.
- het bezit of de leiding van iets afpakken van iets of iemand andersBinnen de kortste tijd hadden we de stille kroeg volledig overgenomen.
- een raad of advies opvolgenDe meeste Belgen van boven de achttien jaar kregen de afgelopen herfst of winter al een eerste boosterprik. De bescherming tegen COVID-19 van die prik loopt af. Bovendien doet weer een nieuwe variant van het coronavirus, BA.5, de ronde in België. Daarom is een nieuwe oppepper nodig, vindt de Hoge Gezondheidsraad. De ministers nemen dat advies nu over.
Etymologie
*Uit Middelnederlands "overnemen", vergelijk Middelhoogduits "übernëmen", modern Duits "übernehmen"
Vertalingen
Engelstake over, take, follow
Franss'emparer, suivir
Duitsübernehmen, übernehmen
Poolsprzejmować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek