overschat
ˌovərˈsxɑt
Wat is de betekenis van overschat?
overschat betekent: enkelvoud tegenwoordige tijd van overschatten
Betekenis
werkwoord
- enkelvoud tegenwoordige tijd van overschatten
- gebiedende wijs van overschatten
- voltooid deelwoord van overschatten
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overschatten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overschatten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overschatten
Voorbeelden van "overschat" in een zin
- ... dat ik overschat.
- ... dat jij overschat.
- ... dat hij overschat.
Etymologie
óverschat: óverschatten ww zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek