overslaan

/ˈovərˌslan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een beurt doen missen
    Laten we deze opgave maar overslaan.
    Hij zat erbij als een man die overduidelijk geen maaltijd oversloeg en die ook voor het overige beter wist dan wie ook wat goed was voor hemzelf en de wereld.
    Deze Casa de Luna kon ik blijkbaar niet overslaan, dus verliet ik de trail alweer en stak mijn duim op in de hoop een lift te krijgen.
  2. erga (erga) plotseling van de ene geleider op de andere springen van elektriciteit
    Er sloeg een aantal vonken over.
  3. erga (erga) plotseling overgaan in een ander stemregister
    Van opwinding sloeg zijn stem over.
  4. erga, medisch, biologie (erga) (medisch) (biologie) het overbruggen van een geografische of biologische hindernis
    Er is een nieuw hiv-virus overgeslagen van de gorilla op de mens.
  5. ov (ov) een vorm van handel waarbij goederen van het ene transportmedium op het andere overgebracht worden
    In de haven van Rotterdam is in de eerste drie maanden van het jaar 10,8% minder overgeslagen dan in dezelfde periode vorig jaar.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsskip
Spaanssaltear