overstorten
/ˌovərˈstɔrten/
Wat is de betekenis van overstorten?
overstorten betekent: (ov) van boven op iets neerkomen en het helemaal bedekken
Betekenis
werkwoord
- (ov) van boven op iets neerkomen en het helemaal bedekken
- (ov) (figuurlijk) van alle kanten bedelven, plotseling hevig aanvallen
werkwoord
- (erga) helemaal naar voren vallen
- (ov) (van geld) afdragen aan een ander
- (ov) van het een in het ander gieten of laten vallen
- (erga) (van vloeistoffen) boven een rand uitkomen en wegstromen
Voorbeelden van "overstorten" in een zin
- Het water zal de laaggelegen landen om Greve's hoeve overstorten;
- Nu begint ook het carillon te spelen, het carillon van zes uur, als Siem en Kees in het huis moeten wezen, en al het lawaai en al de valse glans overstorten Abel, tot hij dol in 't hoofd wordt.
- Let op een overstortende golf. Het overstorten begint in één punt van de golfkam en plant zich van daar over de gehele kam voort.
- {{ouds
- Tuinbonen overstorten in een vergiet en er koud water overheen spoelen tot ze afgekoeld zijn.
Etymologie
*: "overstort" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek