overtal

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spelsituatie waarbij het ene team met meer spelers speelt dan het andere team
    Het numerieke overtal was voor Ajax niet het sein om écht gas te geven, waardoor de Klassieker wat voortkabbelde.
    Bondscoach Arno Havenga vond dat zijn ploeg in de tweede wedstrijd iets beter partij bood. ,,We speelden met de nieuwe regels, onder meer kortere aanvalstijd in overtal en na corners.
  2. een (te) groot aantal
    Het moge duidelijk zijn: een panel met ballenverstand. Hoe kijkt het aan tegen de airfryer- en ovenballen die in overtal zijn in de supermarkt?