overtreding
vrouwelijk (de)/ˌovərˈtredɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) een relatief licht strafbaar feit (Nederlands recht)Hij kreeg een bekeuring voor zijn overtreding.
- (juridisch) een politiestraf uitgesproken door de Politierechtbank (Belgisch recht)
- (sport) het zich niet houden aan een spelregel
Etymologie
* van overtreden
Vertalingen
Engelstransgression
Fransinfraction
DuitsÜbertretung, Verstoß
Spaansinfracción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek