overtuigen

/ˌovərˈtœyɣən/

Wat is de betekenis van overtuigen?

overtuigen betekent: (ov) met argumenten tot andere visies brengen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met argumenten tot andere visies brengen
  2. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak
werkwoord
  1. inerg, scheepvaart (inerg) (scheepvaart) een ander tuig opzetten, met name bij een zeilplank

Voorbeelden van "overtuigen" in een zin

  • Pietro is het verstand, Roman (de huidige commandant, behendig en capabel, repareert alles, bedient de robotarm met millimeterprecisie, sluit de ingewikkeldste printplaat aan) is de handen, Shaun de ziel (Shaun die klaarstaat om hen allen ervan te overtuigen dat ze een ziel hebben), Chie (methodisch, fair, wijs, niet goed te definiëren of onder één noemer te vangen) het bewustzijn, Nell (met haar duiklongen van acht liter) de adem.
  • Elke dag staan we voor de uitdaging om anderen te overtuigen, zowel op het werk als privé.
  • Wie het ook was, ik moest hem zien te overtuigen om vandaag niet verder te gaan, samen met mij te overnachten en morgenochtend de pas samen over te gaan.
  • Zij hadden hun schip overtuigd en kwamen daardoor in de problemen.
  • Ik heb uiteindelijk toch maar overgetuigd naar 4.7.

Betekenis en uitleg van overtuigen

Overtuigen betekent iemand van iets te doen laten geloven of een bepaalde mening te laten aannemen. Het gaat erom dat je iemand op een overtuigende manier weet te beïnvloeden, zodat ze jouw standpunt begrijpen en misschien zelfs overnemen.

Je gebruikt het woord 'overtuigen' vaak in situaties waarbij je anderen wilt beïnvloeden, zoals tijdens discussies, presentaties of zelfs in persoonlijke gesprekken. Het kan zowel positief als negatief worden gebruikt; je kunt iemand overtuigen om een goede keuze te maken, maar ook om iets te doen wat misschien niet in hun belang is. Belangrijk is dat het overtuigen meestal een gesprek of interactie vereist waarin argumenten worden gepresenteerd.

Voorbeelden

  • Ze probeerde haar vrienden te overtuigen om mee te gaan naar het concert.
  • De verkoper was zo goed in zijn vak dat hij zelfs de meest sceptische klanten kon overtuigen.
  • Tijdens de vergadering gebruikte hij sterke argumenten om de directie te overtuigen van zijn voorstel.

Woordoorsprong

Het woord 'overtuigen' komt van het Middelnederlandse 'overtuigen', dat letterlijk betekent 'iets overbrengen' of 'iets duidelijk maken'. Het is verwant aan het werkwoord 'tuigen', wat betekent 'opbouwen' of 'structureren'.

Veelgestelde vragen over overtuigen

Wat is de betekenis van overtuigen?

overtuigen betekent: (ov) met argumenten tot andere visies brengen

Hoeveel betekenissen heeft overtuigen?

overtuigen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van overtuigen?

Synoniemen van overtuigen zijn: omtuigen.

Hoe gebruik je overtuigen in een zin?

Voorbeeld: “Pietro is het verstand, Roman (de huidige commandant, behendig en capabel, repareert alles, bedient de robotarm met millimeterprecisie, sluit de ingewikkeldste printplaat aan) is de handen, Shaun de ziel (Shaun die klaarstaat om hen allen ervan te overtuigen dat ze een ziel hebben), Chie (methodisch, fair, wijs, niet goed te definiëren of onder één noemer te vangen) het bewustzijn, Nell (met haar duiklongen van acht liter) de adem.

Etymologie

* In de betekenis van ‘iets doen geloven door klem van woorden’ voor het eerst aangetroffen in 1637

Vertalingen

Engelsconvince, persuade
Fransconvaincre
Duitsüberzeugen
Spaansconvencer, persuadir, cerciorar
Italiaansconvincere