overwal
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de wal aan de overkantAf en toe drong het laag geratel van een rijtuig naar boven; Jakob boog voorover, zag een twaalf-persoons-tentwagen met uitgestoken, natte vlaggetjes op de donkere overwal van de gracht.
- de kust vanwaar de wind waait
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek