paardenoog

onzijdig (het)/ˈpardə(n)ˌox/

Wat is de betekenis van paardenoog?

paardenoog betekent: gezichtsorgaan van een hoefdier uit de familie

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gezichtsorgaan van een hoefdier uit de familie
  2. anatomie, figuurlijk (anatomie) (figuurlijk) opvallend groot oog (bij mensen)
  3. voeding, figuurlijk (voeding) (figuurlijk) gebakken ei met hele dooier
  4. numismatiek, figuurlijk, informeel, verouderd (numismatiek) (figuurlijk) (informeel) (verouderd)
  5. (België) munt van 5 frank
  6. (Nederland) munt van 2,5 gulden
  7. spreektaal (spreektaal) benaming voor de margriet,
  8. scheepvaart (scheepvaart) knoop in het touw dat dat in een flauwe bocht tussen de uiteinden van een ra hangt, waarop de matrozen kunnen staan bij het vast- of losmaken van het zeil

Voorbeelden van "paardenoog" in een zin

  • Een paar paarden leken bang, met opengesperde ogen en wegdraaiende oogbollen, zoals op oude schilderijen van veldslagen; geen oog zo eng als een paardenoog.
  • {{ouds
  • Onderweg drinken ze genever, en bij hun terugkeer krijgen ze een paardenoog (5 fr.).
  • Uit historische bronnen zijn voor rijksdaalder nog bekend `boerenknoop’, `knoop’, `paardenoog’ en `rijkspop’ – maar die zijn inmiddels kennelijk verloren gegaan.
  • {{ouds

Etymologie

**[6] "paard" in de betekenis "touw onder een ra" en "oog" in de betekenis "lus"

Uitdrukkingen

  • hij ziet door een paardenoog