paddock
mannelijk (de)/ˈpɛdɔk/
Wat is de betekenis van paddock?
paddock betekent: (paardrijden) terrein met een hek erom voor paarden bij een paardenstal
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (paardrijden) terrein met een hek erom voor paarden bij een paardenstal
- (sport) (paardenrace) terrein met een hek erom waar paarden vlak voor de race worden getoond en na race afgezadeld
- (sport) (motorrace, autorace) terrein met een hek erom bij een racebaan waar voor en tijdens de race aan de voertuigen kan worden gesleuteld
Voorbeelden van "paddock" in een zin
- Okapuka Horse Safari’s is niet zomaar een rijstal. Eerder een flink uit de hand gelopen hobby, vertelt Ingeborg bij de paddock van Black Magic, een hengst uit een Walt Disneysprookje.
- Er is nog een andere plek waar voorkennis is te halen: de paddock, een omheining waarbinnen de jockeys hun paarden showen. Daarna gaan ze meteen naar de baan.
- Ferrari verlaat deze testweken als het te kloppen team. Dat is de overheersende mening in de paddock.
- Hij voelde zich zo beurs dat hij nauwelijks op zijn motor kon stappen. Voluit racen zou niet lukken, dacht hij in de paddock.
Etymologie
*van "paddock"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek