paddock

mannelijk (de)/ˈpɛdɔk/

Wat is de betekenis van paddock?

paddock betekent: (paardrijden) terrein met een hek erom voor paarden bij een paardenstal

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paardrijden (paardrijden) terrein met een hek erom voor paarden bij een paardenstal
  2. sport (sport) (paardenrace) terrein met een hek erom waar paarden vlak voor de race worden getoond en na race afgezadeld
  3. sport (sport) (motorrace, autorace) terrein met een hek erom bij een racebaan waar voor en tijdens de race aan de voertuigen kan worden gesleuteld

Voorbeelden van "paddock" in een zin

  • Okapuka Horse Safari’s is niet zomaar een rijstal. Eerder een flink uit de hand gelopen hobby, vertelt Ingeborg bij de paddock van Black Magic, een hengst uit een Walt Disneysprookje.
  • Er is nog een andere plek waar voorkennis is te halen: de paddock, een omheining waarbinnen de jockeys hun paarden showen. Daarna gaan ze meteen naar de baan.
  • Ferrari verlaat deze testweken als het te kloppen team. Dat is de overheersende mening in de paddock.
  • Hij voelde zich zo beurs dat hij nauwelijks op zijn motor kon stappen. Voluit racen zou niet lukken, dacht hij in de paddock.

Etymologie

*van "paddock"