pakket
onzijdig (het)/pɑ'kɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verzameling voorwerpen of begrippenDe minister kondigde een pakket maatregelen af.
- (post) klein pak, bijvoorbeeld per postVanochtend bracht de postbode een pakket.Tot mijn grote verrassing kreeg ik ook een pakket van de firma Zpacks.
- verzameling maatregelenDoor de energiecrisis en de inflatie staat vooral de koopkracht van mensen met een laag of middeninkomen onder druk. Voor de laagste inkomens presenteerde het kabinet dit voorjaar al een pakket van 6 miljard euro. Minima krijgen een energietoeslag van 800 euro, het minimumloon en de AOW worden verhoogd en de energiebelasting wordt verlaagd.
Etymologie
* Van "paquet", dat op zijn beurt mogelijk is ontleend aan Middelnederlands "pac". In de betekenis van ‘klein pak’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelspack
Spaanspaquete
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek