pakket

onzijdig (het)/pɑ'kɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verzameling voorwerpen of begrippen
    De minister kondigde een pakket maatregelen af.
  2. post (post) klein pak, bijvoorbeeld per post
    Vanochtend bracht de postbode een pakket.
    Tot mijn grote verrassing kreeg ik ook een pakket van de firma Zpacks.
  3. verzameling maatregelen
    Door de energiecrisis en de inflatie staat vooral de koopkracht van mensen met een laag of middeninkomen onder druk. Voor de laagste inkomens presenteerde het kabinet dit voorjaar al een pakket van 6 miljard euro. Minima krijgen een energietoeslag van 800 euro, het minimumloon en de AOW worden verhoogd en de energiebelasting wordt verlaagd.

Etymologie

* Van "paquet", dat op zijn beurt mogelijk is ontleend aan Middelnederlands "pac". In de betekenis van ‘klein pak’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelspack
Spaanspaquete