paleis
onzijdig (het)/paˈlɛis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (adel) een aanzienlijk gebouw dat een openbare functie heeft of een (woon)huis voor een staatshoofd is"Staat betaalt al bijna veertig jaar dubbel voor onderhoud paleizen" [https://nos.nl/artikel/2300903-staat-betaalt-al-bijna-veertig-jaar-dubbel-voor-onderhoud-paleizen.html www.nos.nl (9-sep-2019)]'s Zomers woont Sinterklaas in een groot paleis in Spanje, met al zijn honderd Pieten.
Etymologie
*Van Latijn palatium (paleis), van Latijn Mons Palatinus (de Palatijnse heuvel), een van de zeven heuvels in Rome waar het paleis van Augustus stond.
Vertalingen
Engelspalace
Franspalais
DuitsPalast
Spaanspalacio
Poolspałac
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek