palenpest
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vorm van aantasting van houten paalfunderingen door anaerobe Pseudomonas bacteriënIn de grenenhouten heipalen is palenpest geconstateerd. De kerk zal opnieuw beheid moeten worden. In de nieuwe vloer zal tevens vloerverwarming worden aangebracht.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek