Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
paleogeen
onzijdig (het)/palejoˈɣen/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) geologisch tijdperk volgend op het uitsterven van de dinosauriërs, eerste periode van het era kaenozoïcum, van 66 tot 23 miljoen jaar geledenMisschien niet heel spectaculair maar wel interessant is (…), een gebied waar veel fossiele resten zijn aangetroffen van schildpadden en krokodillen, afkomstig uit het krijt en het paleogeen (…)
- (geologie) gesteenten uit het tijdperk volgend op het uitsterven van de dinosauriërs, eerste periode van het era kaenozoïcumHet plooiingsgebergte door deze plooiingskrachten ontstaan, is gedurende het mesozoïsche denudatietijdperk, nog vóór de afzetting van het paleogeen, langzamerhand verdwenen.
Etymologie
* van Paläogen, in 1856 door de Oostenrijkse paleontoloog M. Hörnes gevormd uit παλαιός (palaiós) "oud" en γεννάω (gennáo) "verwekken", dus "oud tijdperk" (ten opzichte van neogeen)(eng) [http://www.britannica.com/science/Cenozoic-Era "Cenozoic Era" (10 februari 2015) op website: britannica.com]; geraadpleegd 2016-02-01
Vertalingen
EngelsPaleogene
FransPaléogène
DuitsPaläogen
SpaansPaleógeno
ItaliaansPaleogene
PortugeesPaleogeno
RussischПалеоген
Chinees古近纪
Japans古第三紀
TurksPaleosen
PoolsPaleogen
ZweedsPaleogen
DeensPalæogen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek