palissanderhout
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- donkerrood hardhout afkomstig van sommige Zuid-Amerikaanse bomen van het geslacht vooral gebruikt voor het maken van meubelsDe Villa Empain, een juweeltje aan het Terkamerenbos, stond jaren leeg. In het pas verschenen boek beschrijft architect Francis Metzger de trieste aanblik die het huis in 2001 bood. De circulatie op de verdieping was gewijzigd. Badkamers waren uitgebroken en overal was stucmarmer verdwenen. Het centrale glasraam was weggemoffeld. Smeedwerk en deurpanelen in kostbaar palissanderhout lagen in de kelder, lukraak op elkaar gestapeld. de Standaard 22 APRIL 2010 Geert Van der SpeetenReinier ziet het tafelblad weer voor zich, in de directiekamer van de verzekeringsmaatschappij, van gepolitoerd palissanderhout, waar hij naar moest blijven kijken toen hij zijn vader meedeelde dat hij de psychologie in wilde: ‘Het geheimschrift van de tekening van het edele hout, het andere. De kwellende, maar niet onder woorden te brengen incongruentie tussen de structuur van het levende --dat ook na de dood van de boom voorgoed zichtbaar blijft in het beeld van de golven - en de dode grafiek van de ademhaling der economische machtsconcentraties.’ Volkskrant Arjan Peters 1 februari 2008
Vertalingen
Engelsrosewood
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek