palmpaasstok

mannelijk (de)/pɑlm'pastɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een versierde stok met veel symbolische betekenissen die met Palmpasen, de zondag voor Pasen, wordt gemaakt
  2. een symbool van nieuw leven en de lente, met zowel christelijke als oudere vruchtbaarheidssymbolen