palmpaasstok
mannelijk (de)/pɑlm'pastɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een versierde stok met veel symbolische betekenissen die met Palmpasen, de zondag voor Pasen, wordt gemaakt
- een symbool van nieuw leven en de lente, met zowel christelijke als oudere vruchtbaarheidssymbolen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek