pamper

mannelijk (de)/ˈpɛmpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wegwerpluier van kunststof die veel vocht kan opnemen
    Tante '72: - Jongen ik heb jou nog een schone luier omgedaan.Tante '82: - Jongen ik heb jou nog een schone pamper omgedaan.
  2. straalvinnigen (straalvinnigen) soort horsmakreel die voorkomt in de Caraïben
    Licht verbasterd Nederlands is: Hèring van haring; hustu van oester, jaru van jager, kabejou van kabeljauw; kanolchi van knolletje; kleinveesj van klein visje; konevees van koningsvis; kreef van kreeft; makré van makreel; mulé van mulatvis; ombekeim van onbekend; pampu van pamper; robekki van roodbekje; rok van rog; ronkop van ronde kop; saldinchi van sardientje; stelchi van steeltje; tienponnie van tenponder.

Etymologie

*[2] van (of cognaat met) "pampo"