panacee
vrouwelijk (de)/ˌpanaˌse/
Wat is de betekenis van panacee?
panacee betekent: (mythologie) geneesmiddel dat alle kwalen zou verhelpen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mythologie) geneesmiddel dat alle kwalen zou verhelpen
- (figuurlijk), mild (pejoratief) oplossing voor alle problemen
Voorbeelden van "panacee" in een zin
- De oude alchemie leerde ons dat je niet op toverspreuken kunt vertrouwen, dat er geen panacee bestaat tegen alle kwalen, dat je kennis en onkunde niet geheim moet houden, en dat een zekere bescheidenheid op z’n plaats is.
- Een remedie tegen ALS is er niet, hoe vaak er in de media ook wordt gerept over Russische wondermiddelen en oosterse panaceeën.
- Overigens is het enthousiasme van dokters voor een pietsie aspirine als panacee tegen hartinfarcten en kanker wat aan het bekoelen.
- De gedachte dat de markt de panacee is voor alle problemen is ook bij de liberalen op z’n retour.
- Maar fermenteren is geen panacee – de koolrabi heeft zijn structuur verloren en is muf-zoutig.
Etymologie
*via "panacée" en Latijn "panacea" van "πανάκεια", in de betekenis van ‘geneesmiddel tegen alle kwalen’ voor het eerst aangetroffen in 1658
Vertalingen
Engelspanacea
Franspanacée
DuitsAllheilmittel, Panazee
Poolspanaceum
Zweedspanacé
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek