paneel
onzijdig (het)/paˈnel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) (rechthoekige) vlakke plaat met of zonder een omlijstingDan heeft deze auto ook nog het Style+ pakket (€426) dat bestaat uit chromen sierlijsten, vermoeidheidsherkenning, chromen sierlijsten op de portieren, gekleurde panelen in het dashboard en het dak én de voorste raamstijl en de spiegelkappen in een afwijkende kleur.
- (kunst) rechthoekig (beschilderd) stuk houtEen altaarstuk heeft meestal een paneel
- (elektronica) bedieningsbord, instrumentenbord, schakelbord
- (schilderkunst) houten planken om op te schilderen
Etymologie
* Van "panel", "zadelkussen". Verder te herleiden tot Latijn pannellus (zie ook "panel"). In de betekenis van ‘beschot’ voor het eerst aangetroffen in 1280.
Vertalingen
Engelsdash-board, panel, wainscot
Spaanspancarta, panel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek