paneeldeur

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een deur die bestaat uit een of meerdere houten vlakken
    Een huis dat haar grootvader gebouwd heeft en waarin elke ruimte zijn handtekening draagt in gladgepolijste paneeldeuren, ronde lambrisering, gestucte wanden en bewerkte plafonds.
    Het is een huiskamer. Hoge plafonds, ornamenten en een houten paneeldeur. In de hoek is een opstelling gemaakt van decorplaten, twee lichte camera's op statief en twee fauteuils; eentje voor de interviewer en eentje voor de gast. Webcasting vanuit de binnenstad van Istanbul.

Vertalingen

Engelspanel door, panelled door