panfluit

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɑɱflœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) blaasinstrument dat is samengesteld uit een reeks van eentonige fluiten

Etymologie

*(eponiem), vernoemd naar de Griekse god van de bossen en beschermheilige van de herders “Pan”

Vertalingen

Engelspan flute
Fransflûte de Pan
DuitsPanflöte
Spaanszampoña