pannenkoek
mannelijk (de)/ˈpɑnə(n)ˌkuk/
Wat is de betekenis van pannenkoek?
pannenkoek betekent: (voeding) plat, rond baksel van luchtig beslag, meestal gemaakt van meel en eieren die in een koekenpan worden gebakken
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) plat, rond baksel van luchtig beslag, meestal gemaakt van meel en eieren die in een koekenpan worden gebakken
- (informeel) dom of onhandig persoon
- actie waarbij een volleyballer zijn handpalm op de grond legt en een neerkomende bal speelt door hem op de rug van zijn hand weer omhoog te laten stuiten
Voorbeelden van "pannenkoek" in een zin
- Er werden pannenkoeken gebakken.
- Veel mensen vinden pannenkoeken heerlijk.
- Ik bestelde een lunch bestaande uit vier dikke pannenkoeken, rijkelijk belegd met boter en ahornsiroop.
- Welke pannenkoek heeft dit bedacht?
- Wat ook als een duik beschouwd kan worden is de zogenaamde pancake of pannenkoek waarbij de hand als het ware onder de bal geschoven wordt net voordat hij de grond raakt.[http://home.kpn.nl/keessch/volleybal/duiken.htm Duiken], home.kpn.nl
Etymologie
* van Middelnederlands "pannecoeke", in de betekenis van ‘in pan gebakken plat deegproduct’ voor het eerst aangetroffen in 1280; op te vatten als waarbij de spellingregels 2.B en 8.A van toepassing zijn
Vertalingen
Engelspancake, pancake
Franscrêpe
DuitsEierkuchen, Pfannkuchen
Spaanspanqueque
Russischблин
Zweedspannkaka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek