pantoffel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van pantoffel?
pantoffel betekent: een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis te gedragen te worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis te gedragen te worden
Voorbeelden van "pantoffel" in een zin
- Het dienstmeisje gaf me een paar pantoffels toen ik mijn schoenen had uitgetrokken en bracht me naar de salon, want nu heette het salon en niet woonkamer.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘huisschoen’ voor het eerst aangetroffen in 1492
Uitdrukkingen
- Onder de pantoffel zitten (of staan) — thuis niets te vertellen hebben
Vertalingen
Engelsslipper
Franspantoufle
Spaansbabucha, chinela, zapatilla
Italiaanspantofola
Turksterlik, pantufla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek