pantser

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beschermende laag om dieren of voorwerpen, een soort harnas
    Door zijn pantser was de ridder nog in leven na de klap met het zwaard.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘tank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1940

Vertalingen

Engelsarmour
Fransblindage, armure
DuitsPanzer
Spaanscoraza