pantserwagen

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voertuig op wielen dat uitgerust is met een verstevigde buitenzijde om gewelddadige aanvallen te kunnen weerstaan
    Bij deze ernstige ongeregeldheden werden pantserwagens ingezet.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gepantserde en bewapende auto’ voor het eerst aangetroffen in 1934

Vertalingen

Engelsarmoured car, armoured vehicle
Franschar blindé
Duitsgepanzertes Fahrzeug, Radpanzer
Spaanscarro blindado