papegaai
mannelijk (de)/ˌpɑpəˈɣaj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (papegaaiachtigen) benaming voor vogels uit de orde , vaak met een bont verenkleed en het vermogen de menselijke stem na te bootsenWij hebben sinds kort een papegaai thuis.
- (figuurlijk) (pejoratief) iemand die andere mensen napraat, zonder een eigen opvatting te ontwikkelenDus, ben jij een intellectueel, op zoek naar wijsheid? Of ben je een hogeropgeleide papegaai?
- (medisch) stalen, driehoekige steun boven een bed, waaraan een patiënt zich kan optrekkenWij hebben sinds kort een papegaai thuis, want mijn opa is bedlegerig.
Etymologie
*[3] (metonymisch), omdat voor papegaaien die als huisdier worden gehouden soms een steun met een vergelijkbare vorm wordt gebruikt
Vertalingen
Engelsparrot
Fransperroquet
DuitsPapagei
Spaansloro, papagayo
Italiaanspappagallo
Portugeespapagaio
Russischпопугай
Turkspapağan
Poolspapugowe
Zweedspapegoja
Deenspapegøje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek