papierwaren

meervoud/pɑˈ­pir­wa­rə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. artikelen die van papier zijn gemaakt of die bij het gebruik van papier van pas komen
    Een enkele maal raakte hij eens een kinderboek kwijt, maar voor het overige bestond zijn omzet uit wat schrijfbehoeften en papierwaren.

Etymologie

* , op te vatten als meervoudsvorm van "papierwaar"