papil

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) verhevenheid, o.a. op de tong (-> smaakpapil)

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verhevenheid op tong’ voor het eerst aangetroffen in 1871

Vertalingen

Spaanspapila