Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
papoeapitta
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae). Deze pitta wordt ook wel als een ondersoort van de Filipijnse pitta of roodbuikpitta (Erythropitta erythrogaster sensu lato) opgevat. De nominaat werd verzameld aan de (baie de Lobo) tijdens de expeditie naar Nieuw-Guinea in 1828 en in 1834 door beschreven. De wetenschappelijke naam is een eerbetoon aan de Duitse natuuronderzoeker , die in dienst van het onderzoek deed in Nederlands-Indië en ook deelnam als onderzoekleider aan de expeditie naar Nieuw-Guinea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek