paradigma
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- model, voorbeeldAls paradigma kan dienen...
- (taalkunde) een reeks van verbogen of vervoegde vormen, allemaal met hetzelfde grondwoordHet volledige paradigma van het werkwoord.
- (wetenschap) een samenhangend geheel van theorieën en modellenDe evolutietheorie is ingebed in een wetenschappelijk paradigma.
- (sociologie) (psychologie) door de leden van een bepaalde samenleving gedeelde constellatie van overtuigingen, waarden en handelwijzenMet andere woorden: het eerste paradigma van de islam is resultaat van — enerzijds - radicaal religieuze impulsen, waarden en eisen van de koran en - anderzijds - de gegevens uit de Arabisch-bedoeïenische stamcultuur van voor de islam die nu interfereren met die impulsen, waarden en eisen en ze omvatten.[http://books.google.nl/books?id=EIGH1G_OrUQC&pg=PA213&lpg=PA213&dq=paradigma+constellatie+waarden+samenleving&source=bl&ots=BWuVTU1zTz&sig=mfESMSAXeGqK8JDU7AAjwLxz9Ik&hl=nl&sa=X&ei=mkhbUP-uFcGo0AX7uoGQAw&ved=0CEwQ6AEwCAv=onepage&q=paradigma%20constellatie%20waarden%20samenleving&f=false {{Aut|Kung, H.
Etymologie
*afgeleid van het Oudgriekse δειγμα 'deigma' / δείκνυμι 'deiknumi' (ik laat zien)
Vertalingen
Spaansparadigma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek