parallel

mannelijk/vrouwelijk (de)/parɑˈlɛl/

Wat is de betekenis van parallel?

parallel betekent: (astronomie) (aardrijkskunde) een cirkel op het aardoppervlak waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen, breedtecirkel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie, aardrijkskunde (astronomie) (aardrijkskunde) een cirkel op het aardoppervlak waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen, breedtecirkel
  2. wiskunde (wiskunde) lijn die of vlak dat evenwijdig loopt met een andere lijn of een ander vlak
  3. iets dat grote overeenkomst met iets anders heeft
  4. een traject dat vanuit een gegeven startpunt uitkomt op hetzelfde eindpunt b.v parallelschakeling, parallelweg

Voorbeelden van "parallel" in een zin

  • De Kreeftskeerkring is een bekende parallel op het noorderlijk halfrond

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'allḗlois' (elkaar)

Vertalingen

Engelsline of latitude, parallel
Fransparallèle, parallèle
DuitsBreitenkreis, parallel
Spaansparalelo